We maken een onderscheid tussen het eigenlijke ereloon (de vergoeding voor de prestaties die de advocaat heeft geleverd), de administratiekosten (secretariaat, verplaatsingen, vertalingen, ...) en gerechtskosten (deurwaarderskosten, verzoekschrift, ...).

De advocaten mogen vrij hun ereloon bepalen zolang ze maar binnen het redelijke blijven.  Ze houden daarbij ondermeer rekening met het belang en de complexiteit van de zaak, de vervulde taken, de intresten die erbij betrokken zijn, de specialisatie van de behandelde onderwerpen, het verkregen resultaat en de dringendheid van de tussenkomst.

Naargelang het type tussenkomst kunnen de advocaat en zijn cliënt ofwel kiezen voor een uurloon of voor een forfaitaire vergoeding. Ze kunnen ook gebruik maken van een soort periodiek juridisch abonnement.

De cliënt heeft het recht om meteen geïnformeerd te worden over de manier waarop de vergoeding van de prestaties van de advocaat en de kosten voor het beheer van het dossier berekend worden.

Bovendien zal de advocaat vragen om provisies te storten die hij dan vermeldt op de eindafrekening, naarmate het dossier vordert.
 


Indien er tussen de advocaat en zijn cliënt een probleem ontstaat over het ereloon wordt de cliënt aangeraden zich eerst te wenden tot de ombudsman die hem duidelijk kan informeren en de situatie zeker kan ophelderen.

Indien de ombudsman het misverstand of geschil niet kan oplossen, is een verzoeningsprocedure mogelijk.

Ten slotte zijn de Stafhouder en de raad van de Orde van advocaten bevoegd om het conflict over het ereloon tussen advocaat en cliënt te beoordelen en te beslechten.  Iedere privépersoon kan zich in een eenvoudig schrijven tot hen wenden. Er liggen modelformulieren op het secretariaat van de Orde.